Keuzes in landelijk gebied

Holland Rijnland staat voor verschillende uitdagingen die ruimte opeisen. De woningmarkt is krap, steeds meer bedrijven vestigen zich hier en het wordt drukker op de weg en in het openbaar vervoer. Daarnaast moeten we ons voorbereiden op klimaatverandering en ook de energietransitie speelt de komende decennia een prominente rol. Hierdoor komt het buitengebied, landschap en natuur, steeds verder onder druk te staan. We staan voor de keuze welke locaties we waardevol vinden, willen behouden of misschien kunnen versterken. En kan de landbouwtransitie hierin een rol spelen? En leidt dat tot de ideale invulling van het land? Co Verdaas, Dijkgraaf en hoogleraar Gebiedsontwikkeling licht toe.

Aan het begin van het gesprek wil Verdaas even een ding recht zetten: ‘Ruimte is in Nederland niet schaars, al zijn er forse regionale verschillen. Echter, we willen steeds maar meer in een beperkt gebied. En dan loop je tegen grenzen aan en zul je keuzes moeten maken. Dan moet je erkennen dat het ergens pijn gaat doen. Ik snap al die wensen, maar niet alles is te combineren. Neem zonnevelden, als je die op goede landbouwgrond zet, gaat dat ten koste van de mogelijkheden agrarisch te ondernemen.’

Agenda’s op orde Volgens Verdaas zijn we ingehaald door een nieuwe werkelijkheid. ‘Vijftien jaar geleden dachten we dat we wel klaar waren met de inrichting van Nederland. Het land was af. Alles wat we verder wilden met de ruimte, dat kon de regio wel doen. Dus gingen we die ruimtelijke inrichting decentraliseren. Energietransitie, klimaatverandering en biodiversiteit waren nog niet aan de orde in het ruimtelijk debat. De nood op de woningmarkt was ook onvergelijkbaar met de huidige behoefte aan een miljoen extra woningen. Nu domineren deze thema’s – naast de coronacrisis – de politieke agenda. Je hoort vanuit meerdere hoeken de roep om een minister voor Ruimtelijke Ordening. Want wil je bijvoorbeeld landbouwgrond opofferen voor woningbouw of natuurontwikkeling, dan is bovenregionale sturing wel zo handig. Maar het devies blijft, wat je lokaal kunt doen, moet ook lokaal gebeuren. Het is onzin dat de Tweede Kamer per motie locaties gaat aanwijzen die een andere invulling moeten krijgen. Je mag immers verwachten dat regio’s hun agenda’s op orde hebben.’

Co Verdaas

Dijkgraaf en hoogleraar gebiedsontwikkeling

Vanuit nationaal perspectief moeten er volgens Verdaas kaders worden gesteld aan wat je wilt met landbouw, natuurgebieden of landschappelijke kwaliteiten. ‘Het is zonde als we de beste landbouwgrond opofferen om er iets anders mee te gaan doen. En ook gebieden met bepaalde landschappelijke en natuurwaarden moeten we met rust laten. Als dat duidelijk is, kun je regio’s vragen binnen deze kaders te sturen. Door middel van regionale investeringsagenda’s moeten regio’s laten zien wat ze willen leveren. Gebeurt er echter niets of te weinig, dan kan het Rijk interveniëren. Dat klinkt als een dreiging, maar zo’n mogelijke dwang bevordert óók de samenwerking in de regio.’

Teleurstellen Volgens Verdaas staat één ding vast bij Ruimtelijke inrichting: ‘Je gaat mensen teleurstellen. Alles en iedereen optimaal bedienen zit er niet in. Het is flauwekul om te suggereren dat door goed genoeg te luisteren, we oplossingen kunnen bieden voor alle problemen. Mensen en ondernemers hebben nu eenmaal tegengestelde belangen. Daarom maakt gebiedsontwikkeling ook zoveel emoties los. Keuzes maken is van de samenleving en dus van de politiek. Welke invulling geven we aan de niet-stedelijke gebieden: wonen, recreëren, toerisme, drinkwater, land- en tuinbouw, of klimaatadaptatie? Gebiedsontwikkeling is zeker geen exacte wetenschap. Het is vooral verzamelen van ervaringen en inzichten vanuit verschillende disciplines. Denk aan juridische facetten, economische inzichten, water, bodem, lucht woningbouw, organisatiekunde, gedrag van mensen, et cetera.’

Ook in het landelijk gebied lopen we in Nederland tegen grenzen aan, vindt Verdaas. ‘Natuurlijk kunnen en moeten we eerst no regret-opties benutten, waar je functies kunt combineren – bijvoorbeeld zonnepanelen op daken – moeten we dat zeker doen. Maar dan nog. De agrariërs die ik spreek vinden duurzaamheid stuk voor stuk een belangrijk thema. Dat is ook een maatschappelijke wens. We vragen daarbij veel van ondernemers en het helpt als we daar iets tegenover stellen en een perspectief bieden. De stikstof-crisis is het gevolg van een politiek compromis tussen oppositie en coalitie. In de praktijk blijkt het politieke compromis niet uitvoerbaar en juridisch houdbaar. Dat kan je niet simpelweg wegleggen bij de ondernemers die het raakt. Benader het als een ketenvraagstuk waarbij maatschappelijke wensen betekenen dat er ook een reële prijs wordt betaald voor een product.

De Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, biedt volgens Verdaas houvast in de keuzes voor het landelijk gebied. ‘De NOVI gaat uit van het zoveel mogelijk combineren van ruimtelijke claims. Dat lijkt mij een prima uitgangspunt, maar daar zitten dus grenzen aan. En op dat moment zul je keuzes moeten maken en vooral niet afwentelen richting de toekomst omdat kiezen lastig is. Komen er individuele belangen in het gedrang, bijvoorbeeld door woningbouw, dan zul je moeten compenseren. Nogmaals er is geen objectief beste invulling van het land. Het blijven uiteindelijk politieke keuzes. ’