Energielandschappen met meerwaarde

De komende decennia staan in het teken van de energietransitie. Ook in Holland Rijnland wordt naarstig gezocht naar ruimte voor grootschalige duurzame opwek. Maar ook naar ruimte voor de inpassing van onderstations en warmtenetten. Die zoektocht concurreert met landschappelijke kwaliteiten of woningbouw. Tegelijkertijd is de nabijheid van energiegebruikers belangrijk voor een efficiënt gebruik van het energienetwerk. Wellicht zijn er juist koppelkansen met woningbouw en bedrijfsterreinen? En kan er een win-win gevonden worden in de combinatie met klimaatadaptatie en bodemdaling?

Gerrie Fenten is bij het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) thema-expert Ruimte. In die functie helpt zij regio’s bij het zoeken naar ruimte voor de energietransitie en het verankeren van keuzes in de instrumenten van de Omgevingswet. ‘Oftewel, welke mogelijkheden zijn er om grootschalige elektriciteitsopwekking en warmtenetten in te passen in een stedelijke of landelijke omgeving’, expliciteert Fenten. ‘Dat is een zoektocht, samen met netbeheerders, maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties, inwoners en marktpartijen. We ondersteunen decentrale overheden bij het verankeren van keuzes voor energietransities in relatie tot andere opgaven en belangen in instrumenten voor de omgevingswet. Vanuit het NPRES maken we hiervoor inspiratiebladen en delen we goede voorbeelden.’

Hoewel de discussie over hoe beeldbepalend de energietransitie is voor het landschap het laatste jaar steeds meer aandacht krijgt, is het volgens Fenten niet allemaal nieuw. ‘De plassen in ons land zijn ontstaan door veenwinning. De oude molens, ooit voor energie, zijn nu cultuurhistorisch erfgoed. Enkele regio’s zijn al toe aan een volgende generatie windmolens zoals in Friesland en Flevoland. In Flevoland gaat het gesprek niet over het al dan niet plaatsen van windmolens, maar hoe ze het beste kunnen worden vervangen en anders opgesteld. Windenergie is daar een vertrouwd beeld in het landschap. Andere regio’s daarentegen staan nog aan het begin van de energietransitie. Het is nog een vrij nieuwe opgave in de ruimtelijke ordening. De locaties voor grote kolen- en gascentrales en de gasboringen zijn door de Rijksoverheid geregeld. Omdat deze grote centrales vaak aan de randen van Nederland staan, vallen ze niet zo op. Dat is anders voor windmolens en zonneparken. Nu staan lokale en regionale overheden aan de lat voor het zoeken van plek voor deze nieuwe vormen van duurzame energie. Het is een zoektocht om daaraan invulling te geven.’

Gerrie Fenten

thema-expert Ruimtelijke Inrichting Nationaal Programma RES (NPRES)

Combineren Omdat ruimte overal schaars is, zou volgens Fenten meer aandacht moeten gaan naar combinatie van functies. ‘Er zijn veel mogelijkheden voor zonnepanelen op daken, bouwwerken en op vuilstortplaatsen’, vervolgt zij. ‘En daar is veel draagvlak voor. Het zou mooi zijn als alle nieuwe woningen helemaal vol komen te liggen met zonnepanelen. Niet alleen energieneutrale woningen maar energieleverende wijken, zouden zo’n oplossing kunnen zijn. Bij het ontwerp kijk je dan verder dan de energie die een huis nodig heeft. Je kijkt ook naar het energiegebruik van de bewoners bij dagelijkse werkzaamheden en naar de elektrische auto. Het is een mindset. Daarnaast moeten we ons bewust worden dat het verstandig is dat energie dicht bij huis wordt opgewekt.’

Dat de energietransitie het landschap op sommige plekken verandert, vindt Fenten niet altijd negatief. ‘Natuurlijk moet je waardevolle natuurgebieden zoveel mogelijk ongemoeid laten. Maar landschap verandert continu door nieuwe woningen, wegen, bedrijventerreinen, et cetera. Een energielandschap kan ook leuk en interessant zijn. Neem Neeltje Jans, dat is een icoon van technisch vernuft; waterkering en energieopwekking ineen. Van de windmolens langs de dijk van de Noordoostpolder maakt iedereen foto’s. Kijk niet alleen naar energiewinning maar probeer een ontwerp te maken waar bijvoorbeeld ook recreatie een plaats heeft. De gemeente Bronckhorst (zie website) heeft bijvoorbeeld bewezen dat je een zonnepark kan aanleggen waar je ook doorheen kunt wandelen en waar de biodiversiteit centraal staat. Hetzelfde geldt voor een combinatie van wateropslag in het kader van klimaatadaptatie en drijvende zonnepanelen.’

Vasthouden in de regio Voor de RES Holland Rijnland werd inwoners op verschillende manieren gevraagd naar hun ideeën over de energietransitie. Daaruit kwam het beeld naar voren dat als er windturbines of zonnevelden worden gerealiseerd, de voorkeur uitgaat naar plaatsing langs infrastructuur. Fenten herkent dat geluid wel, maar waarschuwt dat dat lang niet altijd eenvoudig is. ‘Zo’n snelweg of provinciale weg wordt gezien als een lange ononderbroken lijn. Maar in veel gevallen heb je te maken met heel veel grondeigenaren en verschillende bestemmingen. Daarnaast liggen er langs die wegen vaak obstakels op of onder de grond, zoals hogedruk gasleidingen. In het omgevingsbeleid moet je keuzes maken. Voor de RES-regio Holland Rijnland is de uitdaging om de N11 als een geheel te bezien en daarop, samen met alle aangrenzende gemeenten, ruimtelijk beleid te maken. Zo bezien is het dus belangrijk om elkaar als regio stevig vast te houden.’

Het belang van regionaal samenwerken in de energietransitie, is volgens Fenten groot. ‘Als je een zoekgebied hebt, moet je daarvoor een programma - conform de Omgevingswet - opstellen waarin de randvoorwaarden voor iedere gemeente gelijk zijn. Bijvoorbeeld over de manier waarop je vorm geeft aan 50 procent lokaal eigendom. Een initiatiefnemer moet in alle gemeenten aan dezelfde vereisten voldoen. Het kan ook over basale afspraken gaan als de tiphoogte van een windmolen of de kleur. Zo zorg je voor een uniforme uitstraling. Ook een netbeheerder weet waar deze aan toe is als gemeenten gezamenlijke plannen hebben.’

Omgeving mee laten profiteren Fenten is ook pleitbezorger om met vele stakeholders van andere sectoren, zoals landbouw of woningbouw, en met inwoners aan tafel te gaan. ‘We denken nog te vaak vanuit sectorale opgaven. Maar het is belangrijk dat een heel gebied ermee wint. Zeker ook omwonenden, door financieel participeren of opbrengsten die de omgeving ten goede komen. Hierbij is het belangrijk om niet alleen naar het landschap te kijken, maar ook naar energiegebruikers die willen meedoen.’

‘Een zelfde soort benadering geldt ook voor de aanleg van warmtenetten. Vaak kijken we alleen naar vraag en aanbod. De warmteleverancier wordt gekoppeld aan een warmtevraag elders. Maar langs die aan te leggen leiding wonen en werken ook mensen of komen nieuwe woningen en bedrijven. Zorg ervoor dat ook zij kunnen gebruikmaken van die warmte. Daarmee creëer je meer acceptatie voor zo’n project.’

Als laatste benadrukt Fenten dat het lijkt of de discussie over grootschalige elektriciteitsopwek vooral gaat over ingrepen in het landelijk gebied. ‘Maar het geldt ook voor stedelijke agglomeraties. Daar gaat het dan vaak niet over windturbines, maar over zonnepanelen. Er is meer mogelijk dan alleen daken. Vaak gehoord zijn parkeerterreinen, maar denk bijvoorbeeld aan de vuilstort aan de randen van een verstedelijkt gebied. Het kan daarbij ook gaan om tijdelijke locaties. We moeten kijken waar de ruimte is, voor opwek én voor distributie. Want ook daarvoor zullen omgevingsvergunningen moeten worden afgegeven.’