4.1 Versterken regionale ontwikkelassen rond knooppunt Leiden Centraal

Als we uitgaan van de (gewenste) ruimtelijke ontwikkelingen komende decennia, groeit naar verwachting het aantal inwoners en arbeidsplaatsen fors op de ontwikkelassen Leiden–Katwijk en Leiden–Alphen aan den Rijn. De intensivering op deze assen maakt het mogelijk het omliggende open landschap te behouden en versterkt de positie van Holland Rijnland in de Randstad. Dit is vastgelegd in de concept Regionale Omgevingsagenda 2040. De intensivering op deze assen is alleen te realiseren als het mobiliteitssysteem en de verstedelijking zich in samenhang ontwikkelen.

Concreet richten we ons op:

  • Schaalsprong regionaal HOV: de HOV-assen Leiden–Katwijk en Leiden–Alphen aan den Rijn worden doorontwikkeld, waardoor de verwachte mobiliteitsgroei wordt opgevangen door een hoog aantal verplaatsingen per openbaar vervoer. De verdichting op deze assen biedt een uitgelezen kans voor hoogwaardig openbaar vervoer,. Hiermee kan afhankelijk van het tempo en de locaties van de ruimtelijke ontwikkeling ook het OV-systeem meegroeien of juist vooruitlopen op die groei.
  • Knooppunt Leiden Centraal: Leiden Centraal vormt de schakel tussen het regionale netwerk en de (inter-)nationale verbindingen. Het is cruciaal de twee-eenheid van busstation en station Leiden Centraal, als knooppunt van de regio, zowel functioneel als qua capaciteit te versterken. Hierbij is er naast het versterken van de functie van ‘overstapmachine’ ook de opgave om het stationsgebied om te vormen naar een hoogstedelijke woon- en werkomgeving die past bij de 21e eeuw.
  • Gerichte investeringen in fysieke infrastructuur: met name voor de te ontwikkelen werkgelegenheidslocaties in combinatie met woningbouw (kenniseconomie en productiebedrijven/breed MKB) en gelet op een verdere economische groei van de toeristenbranche, zijn gerichte investeringen in de regionale en rijkswegenstructuur randvoorwaardelijk. Concreet betekent dit een versteviging van de Oost-West-as N11 en de realisatie van een nieuwe regionale aansluiting voor de zuidelijke Duin- en Bollenstreek. Om de kwaliteit van doorfietsroutes op deze assen op een concurrerend niveau te krijgen, zijn investeringen noodzakelijk om barrières, van kruisende infrastructuur (weg, spoor, water), te slechten.