2.4 Regionale Energiestrategie: duurzame mobiliteit

In de Regionale Energiestrategie (RES) worden nationale afspraken uit het Klimaatakkoord in de praktijk gebracht. Dit gebeurt in een landelijk dekkend programma van dertig regio’s. Holland Rijnland is één van die RES-regio’s. Elke RES-regio stelt een RES op voor de ruimtelijke inpassing van de energietransitie. Dit doen zij voor de opwekking van duurzame elektriciteit en de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen).

Hoewel mobiliteit (nog) geen verplicht onderdeel vormt van de Regionale Energiestrategie (RES), kiest Holland Rijnland ervoor om mobiliteit nu al onderdeel te maken van de RES. De reden hiervoor is dat mobiliteit zorgt voor een flink deel van de uitstoot van broeikasgassen en dat willen we verminderen. In het Klimaatakkoord is voor mobiliteit specifiek een CO2-reductie van 22 procent opgenomen in 2030 ten opzichte van 1990. Tegelijk is de sector mobiliteit verantwoordelijk voor zo’n 30 procent van het energieverbruik in onze regio. Het is dan ook van belang dat mobiliteit een bijdrage levert aan de vermindering van het beoogde energieverbruik in 2030. Mobiliteit en verduurzaming ervan is dus een onlosmakelijk onderdeel van de energietransitie.

Om te weten waar Holland Rijnland staat, is in kaart gebracht hoe groot het energieverbruik en de CO2-uitstoot door mobiliteit is in Holland Rijnland. Dit geeft ons de volgende inzichten:

  • Mobiliteit is de enige sector die gegroeid is qua energiegebruik sinds 2010. Ook sinds 2014 is er een stijging van 4 procent. Ter vergelijking, ondanks de bouw van 25.000 woningen is het energieverbruik door de sector gebouwde omgeving wél afgenomen in Holland Rijnland.
  • De CO2-uitstoot van mobiliteit nam toe met 8,5 procent in 2018 ten opzichte van 1990. Dit betekent dat de uitstoot steeg van 709 kton in 1990 naar 769 kton in 2018.
  • Bijna 90 procent van de CO2-uitstoot van mobiliteit in Holland Rijnland komt door het wegverkeer (met name auto’s en vrachtwagens). Twee-derde van de uitstoot door wegverkeer vindt plaats buiten de snelwegen;
  • Elektrisch personenvervoer en laadpalen ontwikkelen zich snel. Toch was begin 2019 van het totaal aantal personenauto’s nog maar 0,8 procent elektrisch en 0,8 procent hybride begin 2019.

Afbeelding: Weergave van het percentage energieverbruik en CO₂-uitstoot door mobiliteit in Holland Rijnland ten opzichte van andere sectoren in 2018.

Effecten Europees en landelijk beleid Er is daarnaast gekeken hoeveel CO2-reductie er wordt verwacht binnen Holland Rijnland door bestaand Europees en landelijk beleid en reeds vigerende maatregelen volgend uit onder andere het Klimaatakkoord tot 2030 (1) . Dit laat zien dat er - los van of we als regio wel of niet additionele maatregelen nemen - een CO2-reductie plaatsvindt van 8 procent ten opzichte van 1990 en een energiebesparing van 2 procent ten opzichte van 2014. Het effect van reeds bestaand beleid kan overigens nog toenemen naarmate voorgenomen ambities of beleid concreter worden in maatregelen.

In de concept RES is al de ambitie neergelegd om in te zetten op schonere, slimmere en andere mobiliteit. Met schonere mobiliteit willen wij zorgen voor minder CO2-uitstoot en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld door in te zetten op zero emissie-vervoer. Met slimmere mobiliteit zetten we in op slimmere en waar mogelijk minder verplaatsingen. Bijvoorbeeld door zuinig te rijden, meer thuis te werken of autodelen te stimuleren. Met andere mobiliteit willen wij het gebruik van de auto verminderen door bijvoorbeeld meer in te zetten op de (elektrische) fiets, vracht via water of het openbaar vervoer.

In de RES 1.0 wordt de ambitie schonere, slimmere en andere mobiliteit gerealiseerd door twee concrete doelen op te nemen:

  • Reductie van de CO2-uitstoot van door mobiliteit in Holland Rijnland met 22% procent in 2030 ten opzichte van 1990;
  • Reductie van het energieverbruik door mobiliteit in Holland Rijnland met minimaal 11% in 2030 ten opzichte van 2014.