4.2 Realiseren toekomstbestendige, robuuste netwerken

Holland Rijnland is in de dagelijkse activiteitenpatronen onlosmakelijk verbonden met omliggende regio’s in de Randstad en dan in het bijzonder de metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag. Het waarborgen van de externe bereikbaarheid van onze regio is daarmee een onmisbare kernopgave voor Holland Rijnland. Dit betreft het versterken van verbindingen met de metropoolregio’s en het garanderen van de doorstroming op de hoofdverbindingen door onze regio.

Concreet richten we ons op:

  • Doorstroming hoofdassen: de bestaande nationale hoofdassen voor weg- en spoorvervoer die onze regio doorkruisen zullen zonder aanpassingen ook in de toekomst capaciteitsknelpunten kennen. Voldoende capaciteit op deze hoofdassen is een belangrijke basisvoorwaarde voor het economisch en maatschappelijk functioneren van de regio. Voorbeelden hiervan zijn de A4, A44, N11 en het spoor. Er is momenteel bij partners aandacht voor de Oude Lijn (Rotterdam-Amsterdam). Ook voor de verbinding Leiden – Utrecht is de komende jaren aandacht nodig. De lijn is van strategisch belang om onze regio te verbinden met de metropoolregio Utrecht.
  • Rekening houdend met de transitie naar een duurzamer mobiliteitssysteem worden de netwerken waar nodig versterkt.
  • Oost-Westverbindingen Duin- en Bollenstreek: de relatie tussen de Duin- en Bollenstreek en de Metropoolregio Amsterdam wordt versterkt door investeringen in weginfrastructuur en aansluiting van de Duin- en Bollenstreek op het HOV-netwerk van de Haarlemmermeer.
  • Noord-Zuidverbindingen via de Rijn- en Veenstreek: de hoofdassen voor weg en spoor tussen de metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag, die via Leiden lopen, staan onder druk en maken het netwerk kwetsbaar. Versterken/toevoegen van een aanvullende verbinding (weg en openbaar vervoer) tussen Rotterdam en Schiphol, via de Rijn- en Veenstreek naar Schiphol (N207) en Uithoorn (N231), vergroot voor de middellange termijn de robuustheid van het netwerk en maakt ruimte voor de doorontwikkeling van Alphen aan den Rijn tot regionaal knooppunt.
  • Landbouwverkeer: vracht- en landbouwverkeer rijdt noodgedwongen veelal door dorpskernen en zorgt voor (een gevoel van) verkeersonveiligheid, barrièrewerking en geluidshinder. Tegelijkertijd brengt landbouwverkeer op de verbindende provinciale wegen in sommige gevallen doorstromingsproblemen met zich mee. Dit speelt zowel in de Rijn- en Veenstreek als in de Duin- en Bollenstreek. Door de routes van het landbouwverkeer in kaart te brengen zal in samenwerking met de sector worden gewerkt aan oplossingen die de leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid verbeteren.