5.1 Programmering

Voor de verdere vulling van de agenda zullen projecten voor een belangrijk deel door de dertien gemeenten in Holland Rijnland moeten worden geformuleerd. Na vaststelling van de Regionale strategie vraagt de regio individuele gemeenten projecten aan te dragen die bijdragen aan de realisatie van de speerpunten. Deze projecten worden beoordeeld middels een toetsingskader (zie onder). Na beoordeling worden ze opgenomen in de regionale mobiliteitsagenda. Veel van de projecten bevinden zich nog in de initiatieffase. Voor alle projecten zal een verdere uitwerking nodig zijn rond partners die worden betrokken, rond de organisatie en de middelen die nodig zijn bij deze fase.

Leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid zijn onlosmakelijk verbonden met mobiliteit maar hebben ook ieder hun eigen dynamiek. Voor alle drie geldt dat zij onderdeel zullen zijn binnen de projecten die worden beoordeeld.

Toetsingskader Voor de effectieve vertaalslag van deze projecten naar een mobiliteitsagenda wordt onderstaand toetsingskader gebruikt waarmee prioritering en planning mogelijk is:

  • De mate waarin een project bijdraagt aan een verbetering van leefbaarheid, sociale inclusiviteit en/of verkeersveiligheid. Deze aspecten vormen een essentiële rode draad in de afweging en prioritering van projecten.
  • De mate waarin een project bijdraagt aan de ambities van de Regionale Omgevingsagenda en/of het realiseren van de speerpunten, zoals beschreven in hoofdstuk 4.
  • De mate waarin een project bijdraagt aan schonere, slimmere of andere mobiliteit, conform de Regionale Energiestrategie. Een transitie naar minder CO2 uitstoot en minder energieverbruik door mobiliteit. Het gaat daarbij onder meer om duurzame en vernieuwende mobiliteitsconcepten, op zowel weg, water als spoor en van woonstraat tot aan de hoofdinfrastructuur. Vanuit de Regionale Energie Strategie 1.0 zijn bouwblokken en maatregelen geïdentificeerd die hieraan een bijdrage kunnen leveren.