1.1 Aanleiding en opgaven

In de praktijk zijn onze inwoners, bedrijven en instellingen veelal actief op regionaal schaalniveau. Deze activiteiten op verschillende plekken in de regio leiden tot verplaatsingen voor werk, school, sport, uitgaan of recreatie. We noemen dit het daily urban system. Dat betekent dat mobiliteitsvraagstukken juist op dit schaalniveau moeten worden aangepakt. Dit daily urban system houdt zich over het algemeen niet aan grenzen tussen gemeenten of provincies.

Onderdelen van het mobiliteitssysteem die het daily urban system draaiende houden, lopen nu al tegen de grenzen van hun capaciteit aan. De verwachte doorontwikkeling van de regio in de komende decennia maakt het noodzakelijk om na te denken over het toekomstige regionale mobiliteitssysteem. De behoefte aan een gezamenlijke regionale strategie is daarmee actueel en urgent.

De hoofdopgaven

De vragen waarop de Regionale Strategie Mobiliteit antwoord moet geven, zijn:

  • Hoe accommodeert het mobiliteitssysteem de verwachte regionale ontwikkelopgaven wat betreft wonen, economie (waaronder toerisme), recreatie, natuur & landschap?
  • Hoe wordt de interne en externe bereikbaarheid van Holland Rijnland gewaarborgd en versterkt, op korte en lange termijn (met indicatoren reistijd, betrouwbaarheid, beleving)?
  • Welke bijdrage levert de sector mobiliteit aan de ambities van Rijk, Provincie en Holland Rijnland op het gebied van duurzaamheid?
  • Welke strategische keuzes maken we om de bovenstaande punten te realiseren?

1.2 Opzet Strategie Mobiliteit

De Regionale Strategie Mobiliteit beschrijft de route waarmee we als gezamenlijke regiogemeenten de mobiliteitsopgave willen realiseren. Daarbij maken we enerzijds gebruik van de (ruimtelijke) agenda’s die in de subregio’s Duin- en Bollenstreek, Rijn- en Veenstreek alsmede de agenda van Hart van Holland (Leidse Regio plus Kaag en Braassem, Teylingen en Noordwijk). De Regionale Omgevingsagenda van Holland Rijnland en de Regionale Strategie Mobiliteit vormen de basis voor het integrale uitvoeringsprogramma dat in het vervolgtraject wordt uitgewerkt.