‘Balanceren tussen natuur en duurzaamheid’

Bert Bakker

Adviseur Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland

De Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) komt op voor een natuurrijke en duurzame provincie. Natuurrijke gebieden en een duurzame samenleving liggen doorgaans in elkaars verlengde. Maar bij de uitrol van de energietransitie staan ze soms op gespannen voet met elkaar. Want locaties voor zonneweides en windmolenparken, de benodigde hoogspanningskabels veranderen het landschap zoals we dat kennen, ook in en rondom natuurgebieden. Volgens Bert Bakker, adviseur bij de federatie en lid van de Programmaraad RES Holland Rijnland, moet je juist de discussie aangaan over dat spanningsveld, want: ‘Als het bijt, dan heeft het waarde’.

Dat er nog de nodige discussie gaat volgen, daarvan is Bakker wel overtuigd. ‘Maar dat is niet per se negatief’, benadrukt hij. ‘Niks doen is namelijk géén optie. De Natuur en Milieufederatie ondertekende het Klimaatakkoord en zet zich al jaren in voor besparing en duurzame energie. Het werk van onze federatie balanceert op het grensvlak van mooi landschap en duurzaamheid. Wij gaan op zoek naar het compromis. Bij de aantasting van waardevolle gebieden, zetten we onze hakken in het zand. Maar er zijn ook plekken waar weer meer kan. De discussie over locaties doet het nodige stof opwaaien. In de vrijgegeven Concept RES worden zoekrichtingen gepresenteerd. In onze ogen zijn de daarin gegeven mogelijkheden, wel erg ruim ingetekend. De denkrichtingen zorgen voor te weinig focus. Dat zorgt voor onrust in ons groene netwerk.

Zoeken naar de gulden middenweg, dat is wat de NMZH voor ogen staat. ‘De grootschalige aanleg van zonneweides of het realiseren van windmolens heeft altijd impact op de nabije omgeving’, vervolgt Bakker. ‘Het is daarom belangrijk aan te geven wat je wilt met een gebied. Sommige plekken moet je onaangeroerd laten; andere kunnen nader worden onderzocht. Wij pleiten ervoor om elektriciteit op te wekken in de nabijheid van infrastructuur en bedrijventerreinen, zoveel mogelijk in de buurt waar we deze elektriciteit gebruiken. Daar laat je het open landschap mee ongemoeid en het is ook nog eens efficiënter. Grootschalige opwekking van duurzame elektriciteit moet je concentreren. Zo heeft in Holland Rijnland aansluiting bij bestaande infrastructuur onze voorkeur, zoals langs de N11, uitbreiding bij Heineken of het transferium in Alphen aan den Rijn. En we zijn voorstander om bewoners en bedrijven, onder andere via energiecoöperaties te laten deelnemen.’

Waarop de keuze ook valt, het zal altijd een consensus zijn. Ook binnen de eigen gelederen van de Natuur en Milieufederatie. ‘We stemmen onze inzet af binnen een netwerk van zo’n driehonderd lokale en regionale natuur- en milieuorganisaties. Dat zijn lokale en regionale natuurgroepen en terreinbeheerders als het Zuid-Hollands Landschap, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer - hoeders van het bestaande landschap -, maar ook lokale energiecoöperaties. Die zijn het niet op alle fronten tot achter de komma met elkaar eens. Maar we hebben veel gemeenschappelijk en daar zetten we op in.’