Impact van Levend Lab vergroot

Martina Vijver

Levend Lab

De Amerikaanse rivierkreeft is bezig met een sterke opmars in Nederland. Het is een inheemse soort die wordt verdacht van het aanrichten van grote schade aan het ecologisch systeem in sloten en plassen. Maar is dat echt zo, en hoe groot is die schade? In de buitenfaciliteit Levend Lab onderzoeken Leidse wetenschappers welke negatieve invloeden het oppervlaktewater bedreigen, in een natuurlijke omgeving. Zo wordt ook de impact van de Amerikaanse rivierkreeft nauwlettend bestudeerd.


Martina Vijver is professor aan de Universiteit van Leiden. Zij bestudeert de invloed van menselijk handelen op de biodiversiteit. ‘Vaak bestuderen wetenschappers stressoren als een geïsoleerde entiteit, en liefst in een klinisch laboratorium’, vertelt zij. ‘Maar in de echte wereld heb je te maken met allerlei natuurlijke invloeden, zoals temperatuur, vochtigheid of allerlei dieren. Bij het Levend Lab beschikken we over 36 slootjes in de buitenlucht waarin allerlei experimenten plaatsvinden. De rivierkreeft is daar slecht één van. Het effect van pesticiden in slootwater is een ander onderzoek dat afgelopen jaar volop in de publiciteit stond.’


De relevantie van de onderzoeken van Levend Lab wordt breed onderkend. Dit jaar schaarden onder meer het LUMC en Naturalis zich achter de activiteiten van het Levend Lab. Vreemd is dat niet, want de vitaliteit van sloten maakt onlosmakelijk onderdeel uit van een complete ecologische cirkel. ‘Ga maar na’, vervolgt Vijver, ‘een sloot staat in contact met grondwater en heeft dus ook invloed op de kwaliteit van het bodemmilieu. Ook vliegen er allemaal muggenlarven uit de sloot zodra ze verpopt zijn, of leven er juist bodembeestjes in de slootkant die af en toe een duik nemen in het water. En dat beïnvloedt weer de biodiversiteit op het veld en daarmee de gewassen op het naastgelegen akker. Een vitale landbouw, die we in de regio propageren, valt en staat bij een gezonde sloot. Dit geldt dus ook voor Greenports als de Duin- en Bollenstreek en Boskoop.’


Vier jaar geleden startte Vijver met behulp van een crowdfunding-actie het Levend Lab. ‘Daarmee konden we het complex aanleggen. Maar we hadden geen geld voor het beheer. Dat was het moment dat Holland Rijnland bijsprong. Naast financiële ondersteuning, ging daarmee ook een breed netwerk voor ons open. We kwamen bijvoorbeeld in contact met de Rabobank en het hoogheemraadschap. Maar ook met MBO- en HBO-opleidingen, waardoor hier nu van verschillende onderwijsinstellingen stagiaires rondlopen. En die verzorgen bijvoorbeeld ook rondleidingen voor basisschoolleerlingen. Zo is de impact van het Levend Lab vergroot. Dat hadden we niet zo snel bereikt zonder Holland Rijnland.’